Mail naar Autolok





We nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Bel mij terug





We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Facebook account van Autolok Contact opnemen met Autolok Bel naar Autolok
Autolok
Autolok

Vragen? Bel ons! 058-2671000

>
Nieuw Euromobil account aanmaken


Wil je langer dan een weekend reserveren? Neem contact op met de Euromobil partner. Contact partners
* op basis van beschikbaarheid

Weekend = vrijdag 17.00* t/m maandag 8.00 uur

Reserveren

Ons dagtarief is gebaseerd op 24 uur.
Voor de openingstijden van onze vestigingen verwijzen we je naar onze partnerwebsites.

Contact partners



Naar stap 2: Model opties

Auto & Fiscus


Fiscaal voordeel voor de elektrische auto

ANWB publiceerde deze week haar Elektrisch Rijden Monitor. Diverse media pakten dat vooral op met het bericht dat elektrisch rijden duurder is dan rijden op benzine of diesel. Voor zakelijke rijders ligt dat echter behoorlijk anders.

De Elektrisch Rijden Monitor van de ANWB is een onderzoek “onder de Nederlandse bevolking”. Dat betreft logischerwijs dan vooral veel consumenten. Daarvan blijkt al 38% interesse in elektrisch rijden te hebben. Belemmeringen zijn onder andere nog wel de aanschafprijs van een elektrische auto en de actieradius.

De overheid ondersteunt zowel particuliere als zakelijke kopers op het punt van de aanschafprijs met een vrijstelling van BPM. Voor zakelijke rijders komt daar echter nog een extra fiscale aftrekpost bij. Op een volledig elektrische auto bedraagt de milieu-investeringsaftrek namelijk maar liefst 36% (berekend over een bedrag van maximaal € 50.000). Die aftrek geldt niet alleen bij koop en financial lease: Bij operational lease kan de leasemaatschappij deze aftrek ook toepassen.

Qua gebruikskosten geldt voor zowel particuliere als zakelijke rijders een nihiltarief van de motorrijtuigenbelasting. Dat is wettelijk al geregeld tot en met het jaar 2020. Voor de zakelijke rijder geldt bovendien dat hij of zij op dit moment kan profiteren van een uiterst lage bijtelling voor het privégebruik (4% van de catalogusprijs). Dat maakt de elektrische auto een serieus alternatief.

 

06-12-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_BA979A43-B877-44E3-991F-E0929A204C19.JPG

Nieuwe IFRS-boekhoudregels gelden niet voor het MKB

De Europese Commissie heeft onlangs de nieuwe IFRS boekhoudregels voor leasing verplicht gesteld voor beursgenoteerde bedrijven. Vanaf 2019 moeten deze bedrijven de gebruiksrechten van geleaste bedrijfsmiddelen op de balans vermelden.

Tegenover die gebruiksrechten staan dan op de creditzijde van de balans de contractuele betalingsverplichtingen. Ook als het een operationeel leasecontract is, of een langlopende huurcontract, is er vanaf 2019 dus sprake van ‘on balance’ financiering.

Een verschil met financial lease blijft wel dat het bedrijfsmiddel alleen geactiveerd wordt voor de waarde van het gebruiksrecht, dus zonder de restwaarde. Ook servicecomponenten vallen er buiten. De nieuwe regels moeten zorgen voor een beter inzicht in de cijfers van de onderneming.

Deze nieuwe IFRS-boekhoudregels zijn niet verplicht voor het MKB-bedrijfsleven. Voor hen blijft gelden dat operational lease en huur niet op de balans vermeld wordt.

 

02-12-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_Vivaro.JPG

Hoge Raad: tijdsevenredige BPM-heffing is EU-proof

De Nederlandse BPM-heffing is binnen een Europa een lastig fenomeen. Mag er bijvoorbeeld wel BPM worden geheven op een tijdelijk in Nederland gebruikte huurauto?

Over die vraag heeft de Hoge Raad op 24 november 2017 uitspraak gedaan in een zaak van iemand die vier maanden lang een Duitse huurauto had gebruikt in Nederland. Deze huurder stelde dat er de BPM-heffing bij tijdelijk gebruik in Nederland niet EU-proof was.

Registratiebelastingen zoals in Nederland de BPM zijn binnen de EU niet geharmoniseerd. Heffing van BPM mag dan ook wel volgens het EU-recht, maar dan moet er wel voor gezorgd worden dat zo’n heffing niet in strijd komt met (in dit geval) het vrije dienstenverkeer binnen de EU.

Toen er nog geen tijdsevenredige BPM-heffing in Nederland bestond, werd bij aanvang van het Nederlandse weggebruik het volledige BPM-bedrag geheven. Ook bij een tijdelijk in Nederland gebruikte huurauto. Binnen het EU-recht is dat een niet toegestane belasting.
Inmiddels is de wet op dit punt gewijzigd. Er is nu een teruggaafmogelijkheid, waarbij in huur- en leensituaties directe verrekening bij aanvang van het binnenlandse weggebruik mogelijk is. Per saldo levert dat bij tijdelijk in Nederland gebruikte auto’s een tijdsevenredige heffing op. 

Het oordeel van de Hoge Raad is nu dan ook dat het nieuwe systeem niet strijdig is het met EU-recht. In dit geval werd de heffing bij het begin van het Nederlandse weggebruik (€ 10.939) direct verminderd met de teruggaaf bij het einde van het huurcontract (€ 10.104), zodat de BPM-heffing over deze 4 maanden € 835 was.

25-11-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_Mietwagen2.png

Hoge Raad: Geen teruggaaf van BPM als er geen BPM betaald is

In een nieuwe BPM-zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat teruggaaf van BPM bij export niet mogelijk is als er in Nederland op een eerder moment geen BPM is afgedragen.

Het betrof een zaak van een autohandelaar die in maart 2014 een auto exporteerde naar Duitsland en de auto in Nederland uit het kentekenregister uitschreef. Zo’n export zou normaalgesproken een BPM-teruggaaf opleveren. De hoogte van de teruggaaf is dan afhankelijk van de leeftijd van de auto en de oorspronkelijke bruto BPM. Bijzonder aan deze zaak was echter dat de auto in maart 2008 een Engels kenteken had gekregen en een jaar later bij een verhuizing van de eigenaar naar Nederland was gekomen. Die vorige eigenaar had daarvoor gebruik gemaakt van een BPM-vrijstelling voor verhuisboedelgoederen.

Toch vond de autohandelaar dat hij een teruggaaf zou moeten krijgen. Hij stelde namelijk dat de verhuisboedelvrijstelling ten onrechte was verleend. Omdat de auto toen een kilometerstand had van nog maar 354 kilometer, was het volgens hem een nieuwe auto.

De Hoge Raad oordeelde echter dat in dit geval vaststond dat er een vrijstelling verleend was. De teruggaafregeling van de BPM moet dan zo uitgelegd worden dat er alleen een bedrag wordt teruggegeven als er eerst BPM is betaald.

 

18-11-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_Image1.JPG

Europese Commissie: CO2-uitstoot tot 2030 met 30% omlaag

De Europese Commissie heeft nieuwe streefcijfers voorgesteld voor de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe personen- en bestelauto’s in de EU. Die uitstoot moet in 2030 30% lager zijn dan in 2021. Dat moet de overstap naar emissiearme en emissievrije voertuigen helpen versnellen.

Met het klimaatakkoord van Parijs heeft de internationale gemeenschap zich uitgesproken voor een overstap naar een moderne koolstofarme economie. Met de nieuwe streefcijfers moet de EU de kans grijpen om een wereldleider te worden, aldus de Europese Commissie. De Commissie ziet de Verenigde Staten en China heel snel vorderingen maken. Om het Europese marktaandeel te behouden en de overstap naar emissiearme en emissievrije voertuigen te versnellen, worden er nu nieuwe streefcijfers voorgesteld voor de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in de EU.

De CO2-normen zijn overigens niet vrijblijvend. Hiervoor gelden afdwingbare regels om een gelijk speelveld te creëren voor alle bedrijven die in Europa actief zijn. Innovatieve technologieën worden daarbij gestimuleerd. Voor het jaar 2021 geldt voor personenauto’s een norm van 95 gram/km en voor bestelauto’s een norm van 147 gram/km. Met het nieuwe voorstel zal  de gemiddelde CO2-uitstoot in 2030 voor zowel nieuwe personenauto's als bestelwagens 30 % lager moet liggen dan in 2021. 

De CO2-uitstoot werkt in de Nederlandse autobelastingen vooral door in de aanschafbelasting BPM, die voor personenauto’s vrijwel geheel op de CO2-uitstoot gebaseerd is.

 

09-11-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_Bulc-eu.jpg

Afkoopregeling privégebruik bestelauto van toepassing?

De loonbelasting kent voor bestelauto’s die doorlopend afwisselend gebruikt worden, een afkoopregeling van 300 euro per bestelauto per jaar. Die regeling kan alleen toegepast worden als het moeilijk vast te stellen is of en aan wie de bestelauto ter beschikking is gesteld.

Dat werd onlangs nog weer bevestigd in een uitspraak van het Gerechtshof in Amsterdam. Daarin ging het om een directeur-aandeelhouder (dga) die een bestelauto van zijn B.V. gebruikte. Ook zijn zoon nam de bestelauto wel eens mee naar huis, en verder gebruikten andere werknemers de bestelauto af en toe.

Allereerst stelde het Hof vast dat de bestelauto ter beschikking was gesteld in de zin van de bijtelling. Bij de rechtbank had de dga al verklaard dat de auto door hem en zijn zoon (ook werknemer van de B.V.) na werktijd mee naar huis werd genomen. Verder is niet gebleken dat hier een situatie aan de orde is waarin de werknemer die de auto bestuurde dit slechts mocht doen “ter uitvoering van bepaalde opdrachten van de werkgever om in diens belang bepaalde personen of goederen te vervoeren”. Zou dat wel zo zijn, dan is er op basis van een uitspraak van de Hoge Raad uit 2016 geen sprake van terbeschikkingstelling van de auto. 

De dga stelde ook dat de afkoopregeling voor doorlopend afwisselend gebruikte bestelauto’s van toepassing is. Het Gerechtshof oordeelde daarover dat het voor toepassing van deze regeling vereist is dat het “bezwaarlijk moet zijn vast te stellen of en aan wie de auto’s voor privé-doeleinden ter beschikking zijn gesteld”. Volgens het Hof was dat hier niet zo omdat de auto feitelijk alleen aan de dga ter beschikking is gesteld. Hij neemt de auto ’s avonds geregeld mee naar huis en privé gebruik is niet verboden. Verder had hij het als dga in de hand wie als bestuurder van de auto fungeerde en op welke wijze van de auto gebruik werd gemaakt. Dat ook andere werknemers overdag (en de zoon ook ’s avonds naar zijn huis) in deze auto reden maakt dat niet anders.

 

04-11-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_Sprinter2.jpg

Ondernemerstarief voor bestelauto van gemeente?

Hebben gemeenten voor hun bestelauto’s recht op het verlaagde ondernemerstarief voor bestelauto’s? De Gemeente Sliedrecht procedeerde daar recent over.

Het ging in die zaak bij Rechtbank Den Haag om drie bestelauto’s van de Gemeente Sliedrecht. Deze bestelauto’s werden gebruikt voor het inzamelen van veegvuil, het legen van prullenbakken en voor de groenvoorziening.

Voor het verlaagde bestelautotarief voor ondernemers geldt dat er sprake moet zijn van btw-ondernemerschap en dat de bestelauto voor meer dan 10% wordt gebruikt in het kader van die onderneming.

De gemeente beschikte over een btw-nummer. Het verschil van inzicht zat echter het zakelijke gebruik. De gemeente stelde dat zij geen privégebruik kent, zodat alle door haar gebruikte goederen en diensten in het kader van de onderneming gebruikt worden.
De rechtbank was het daar niet mee eens. De rechter oordeelde dat alleen de ‘economische activiteiten’ relevant zijn voor het gebruik in het kader van de onderneming. Omdat het gebruik in het kader van de niet-ondernemersactiviteiten groter dan 90% was, had de gemeente geen recht op het verlaagde tarief. 

Deze procedure ging over de motorrijtuigenbelasting. Dezelfde argumentatie kan echter gebruikt worden voor de vraag of de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s wel of niet van toepassing is.

 

28-10-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_enveloppen3.JPG

Wijziging in het begrip catalogusprijs

Zoals bekend, wordt de bijtelling voor privégebruik berekend als percentage van de catalogusprijs.
Volgens de huidige wet gaat het daarbij om de catalogusprijs die door de fabrikant of de importeur aan wederverkopers is bekendgemaakt.

Uit de jurisprudentie blijkt dat eventuele kortingen niet doorwerken in de catalogusprijs voor de bijtelling als deze kortingen niet zijn verwerkt in die door de fabrikant of importeur bekendgemaakte prijs.

Kortingen die door de fabrikant of importeur wel worden doorvertaald in de aan de dealers bekendgemaakte prijslijst, leiden op dit moment dus wel tot een lagere catalogusprijs voor de bijtelling. Per 2018 verandert dat als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel hiervoor. De nieuwe prijs moet dan, om fiscaal effect te kunnen hebben, ook publiek bekend gemaakt worden. 
De wetgever kiest voor deze maatregel omdat dit leidt tot grotere transparantie over de catalogusprijs en dus tot een meer gelijk speelveld voor alle belastingplichtigen. Mits publiekelijk bekendgemaakt, kunnen prijsaanpassingen ook vanaf 2018 nog steeds tot lagere bijtelling leiden.

21-10-2017http://www.autoenfiscus.nl/images/news/thumb280_Belastingdienstzwolle.jpg


Direct reserveren